GEZINSTHERAPIE

Het leven van gezinnen verloopt volgens ondersteunende patronen, die dagelijks terugkeren. Deze structuur is prettig, want je weet waar je aan toe bent. En je weet hoe je contact met elkaar maakt en samenwerkt. Maar soms kan je ontevreden zijn over de dagelijkse gang van zaken. De manier van doen die met elkaar is ontstaan belemmert dan het contact. Gezinstherapie of ouder-kind therapie kan helpen om deze verbinding weer tot stand te brengen en te versterken.

In gezinstherapie of ouder-kind therapie ben je in beweging door middel van spelletjes, aandachtsoefeningen, afstemming- en contactopdrachten of bewegingsimprovisatie. Door stil te staan bij de gevoelens die deze oefeningen bij je oproepen, krijg je inzicht in jezelf. Je wisselt met elkaar uit wat je denkt en voelt. Hierdoor ontstaat inzicht in elkaars behoefte, wensen en posities. Dit geeft ruimte om opnieuw een plezierig contact met elkaar te krijgen.

Waarvoor helpt gezinstherapie?

  • Beter begrip van elkaar
  • Erkennen en herstellen van grenzen
  • Begrijpen van het gedrag van uw kind
  • Herstellen van de verbindingen met elkaar
  • Plezier hebben

Mocht je een vraag hebben die niet tussen bovengenoemde thema’s staat, neem gerust contact op om te overleggen over de behandelmogelijkheden.

Aanmelden

VOORBEELDEN

Tijdens het reflecteren op de hierna beschreven opdracht, geven ouders elkaar in verwijtende zin terug dat dit reactiepatroon zich telkens precies zo voordoet in hun dagelijks leven. Een moeder, vader en zoon (11jr) staan in de zaal met de ruggen tegen elkaar aan. Zij mogen gaan bewegen met ogen dicht, zonder dat ze het fysieke contact met elkaar verliezen. Vader komt meteen in actie. Moeder is overdonderd en volgt haar man. Totdat moeder merkt dat ze niet meer wil volgen, en tegenkracht begint in te zetten. Dat doet ze met flink veel inzet, waardoor vader schrikt, gaat liggen op de grond en niets meer doet. Al die tijd probeert hun zoon uit alle macht in ieder geval lichamelijk contact met beide ouders te houden, hij komt er niet aan toe stil te staan bij zijn eigen beweging en is nadien behoorlijk onrustig en ongeconcentreerd.

We staan stil bij de mogelijkheid om niet meteen in actie te gaan, maar om af te stemmen op het contact met elkaar, de beweging van de ander op je in te laten werken om van daaruit te voelen welke beweging je in zou willen zetten. Niet een reactiepatroon, maar een interactiepatroon ontstaat, waarin ouders sensitiever worden naar de bewegingen van hun zoon. De jongen beweegt met meer rust, hij neemt verschillende initiatieven, ouders pakken deze op en volgen hem. Zij bewegen met, in plaats van tegen elkaar, het lijkt op een dans. Na deze nieuwe manier van bewegen, is er in het gezin een nieuwsgierigheid naar ieders beleving en gedachten, waarover ze op een betrokken wijze met elkaar spreken.

Het gezin ontwikkelt in de therapie een receptieve vorm van bewegen, die de mogelijkheid biedt in contact met elkaar te komen en om dit contact te ervaren. Waar oorspronkelijk de zoon aangemeld was voor eigen problematiek, blijken de veranderende gezinspatronen een grote bijdrage te leveren aan het oplossen van deze problematiek. Hij ontwikkelt zijn concentratie, zijn bewegingsorganisatie verbetert en zijn verbale uitdrukkingsvaardigheden nemen toe.

De vrolijk kletsende, actieve dochter van twee jonge ouders geeft veel levendigheid in het gezin, zij hebben samen veel plezier. Maar achter deze vrolijkheid schuilt een meisje dat geen vriendinnetjes heeft, erg onrustig is en snel boos kan worden, vooral op haar ouders. Maar ook als het meisje naar de therapie komt met een dochter van een bevriend stel, ontstaat er al snel onenigheid en probeert zij met alle actie die ze in zich heeft, de situatie te redden. Dit leidt alleen maar tot verergering van de situatie.

Ouders hebben het beeld dat hun dochter alles wil bepalen en geen grenzen aanvaardt. Maar tijdens het samen spelen in de zaal, blijkt dat ouders erg veel afstemmen op hun dochter en niet zo duidelijk zijn in wat ze van haar verwachten. Hun dochter gaat steeds meer vragen stellen en ze probeert regels te maken en te veranderen. Dit gedrag gaat niet over willen bepalen, maar over het zoeken naar houvast. Zodra ouders meer structuur gaan geven, wordt het meisje namelijk rustiger en aanvaardt zij de grenzen die ouders stellen.

En dat hun dochter eigenlijk helemaal niet zo graag de leiding neemt, blijkt uit een ander gezamenlijk spel. Met zijn drieën naast elkaar verplaatsen zij door de zaal, waarbij de middelste persoon telkens de leiding heeft in welke richting ze op gaan. Dat ouders wat moeten wennen aan deze expliciete rol, is duidelijk, maar zij groeien hier al doende in. Dat hun dochter eigenlijk helemaal niet zo goed weet wat ze moet doen en telkens maar heel kort de leiding neemt, verbaast hen. Het liefst volgt zij haar ouders, zij heeft daar al meer dan genoeg aandacht voor nodig. Dit vraagt namelijk om een goede en geordende bewegingsorganisatie, en dit is juist wat het meisje (in deze fase) moet leren zodat er rust in haar beweging ontstaat en zij écht plezier kan hebben in wat ze doet. Gedurende het therapietraject wordt zij, gelukkig, ook steeds meer uitgenodigd op verjaardagsfeestjes van vriendinnetjes die gewoon leuk blijven verlopen.